Vakantietijd. Mijn gsm loopt vol met doorgestuurde foto’s van waterfestijnen, terrassessies, campingtaferelen en zonnige stranden. Tussen de beelden van het wereldtumult zijn het oases van tevredenheid en geluk. Althans, dat dacht ik…
‘Dit kan écht niet meer!!!’ Zo reageerde een vriendin verschrikt, toen ik wat foto’s van mijn poedelende kleinzoontjes doorstuurde. Te bloot, te herkenbaar, en vooral te veel herkenbaar bloot. Dit was voer voor cyber-ellende met levenslange nasleep. Ik dacht aan mijn eigen fotoalbums, met kiekjes door de lens van de jaren 80. En prees mijzelf en mijn kinderen gelukkig dat wij ons daar toen nog niet druk over maakten.
Uit de kleren
Ook op de kinderopvang is het zomer. Ook daar wordt nu van alles ondernomen wat de moeite waard is om vast te leggen. Foto’s. Filmpjes. Soms gedeeld met individuele ouders, soms in de groepsapp of op de website.
Getriggerd door de reactie op de inhoud van Mijn Galerij vroeg ik me af hoe op kdv en bso de ‘kiekjes van 2026’ worden beoordeeld.
Wat leg je vast en met wie ga je dat delen. Ik deed daarom wat navraag in kleine kring naar ervaringen en afspraken. In deze subtropische tijden gaan immers niet alleen kinderen uit de kleren, ook de professionele kledij hangt op menig locatie even aan de kapstok. Dan krijgen discussies over wel of niet in-beeld-zijn ineens consequenties voor kind én groepsleiding.
De zomerse zichtbaarheid van al die kleine en grote lijven dwingt tot gesprek: hoe loopt iedereen erbij en wie mag dat zien? In die gesprekken ligt genderbewustzijn dan ineens dicht onder het oppervlak.
Ruimte bieden
Op de kinderopvang moeten kinderen ruimte krijgen om te onderzoeken, ontdekken en experimenteren. Oók op het vlak van lichamelijke ontwikkeling en genderbewustzijn. In de veronderstelling dat juist de zomerse setting veel vrijheid biedt
aan kinderen om zichzelf en elkaar te zien en mee te maken, en dat dit op een makkelijke manier kan leiden tot gesprek over lichamelijke ontwikkeling en identiteit, is het opmerkelijk dat ik vaak hoor over inperkende ‘Dit niet!’-afspraken.