Werkdruk verlagen en werkgeluk verhogen

Werkdruk verlagen en werkgeluk verhogen

Productgroep KIDDO 02 2026
3,95
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

De kinderen kennen jou, voelen zich veilig bij jou en zijn daardoor sneller geneigd om naar jou toe te komen. Je voelt je verantwoordelijk voor hun welzijn en intussen moet je de invaller wegwijs maken, extra taken opvangen en schakelen tussen wat jij nodig hebt, wat de kinderen nodig hebben en wat de situatie vraagt.
Je ervaart hierdoor een bepaalde werkdruk. Je kunt je zelfs al druk maken op het moment dat het bekend is dat je met een invaller staat. Dat heeft niet altijd te maken met de invaller. Maar met de verhalen die je maakt, je overtuigingen en je normen en waarden: ‘Ik moet alle kinderen voldoende aandacht geven. Ik moet de invaller begeleiden én mijn eigen taken doen. Dit wordt een zware dag, ik zal wel weer moeten racen vandaag.’

Beleving van werkdruk
Deze gedachten lijken waar te zijn, maar zijn ze dat ook echt? Als je alleen de feiten op een rijtje zet, kun je denken aan: het aantal uren dat je werkt, hoeveel kinderen er op de groep staan en of je al vaker met deze invaller hebt gewerkt. En precies daar kun je het verschil maken in je beleving van werkdruk.

Voor kinderen is emotionele veiligheid een basisvoorwaarde om zich te kunnen ontwikkelen. Hetzelfde geldt voor jou als pedagogisch professional. Door je eigen gevoelens serieus te nemen, doordat je jezelf ondersteunt in plaats van afwijst en werkbare doelen stelt, verhoog je jouw eigen emotionele veiligheid en daarmee automatisch die van de kinderen.

Werkdruk verlagen
Om de druk te verlagen is het belangrijk het verschil te herkennen tussen feiten en gedachten, en je daarbij de volgende dingen af te vragen:
• Klopt het dat ik iedereen aandacht moet geven?
• Klopt het dat ik alles alleen moet doen?
• Klopt het dat het een zware dag wordt?

Als het antwoord ‘nee’ is, kijk dan wat voor jou op dat moment helpt om uit deze negatieve gedachtenspiraal te komen. Dat is niet makkelijk, want het zijn vaak de gedachten die jij voor waarheden aanneemt. Je hoeft niet alles te geloven wat je denkt. Sterker nog: de gedachten die jij hebt, hebben vaak te maken met je eerdere ervaringen. Daarom begint het bij checken of de gedachten ook daadwerkelijk kloppen. Je kunt dit doen aan de hand van de vragen van Byron Katie: 1. Is het waar? 2. Kun je absoluut weten dat het waar is? 3. Hoe reageer je als je die gedachte gelooft? 4. Wie zou je zijn zonder die gedachte?