Nola Bottelier heeft vorig jaar de jaaropleiding tot Atelierpedagoog van ‘Atelier in een koffer’ afgerond. In haar jaarverslag neemt zij de lezer mee in de visie en procesgerichte werkwijze ‘Begrijpen met je handen’. Ze laat zien hoe procesgericht werken vorm krijgt in de praktijk. Op een ochtend tijdens haar bijzondere werk op een dreumesgroep zie je hoe kijken, vertragen en volgen van het kind nieuwe inzichten oplevert voor jouw pedagogisch handelen.
Alle kinderen hebben van nature een sterke behoefte om te bewegen. Deze beweegdrang hangt samen met de manier waarop het lichaam en brein zich ontwikkelen. In een groepsruimte op de kinderopvang gebeurt veel tegelijk: kinderen bewegen, praten, beginnen iets nieuws en gaan weer door. Juist in deze drukte valt soms dat ene kleine moment op. Een kind dat stopt. Dat kijkt naar iets op de grond. Niet meteen begrijpt wat het ziet. Maar ook niet doorloopt. Daar, in dat kleine stilvallen, begint iets.
In procesgericht werken zit niet alleen beweging, maar ook stilstand. Want juist in het moment dat we niet ingrijpen, ontstaat er ruimte om te zien wat er werkelijk gebeurt.
De waarde van een moment
In de drukte lijken deze momenten klein of vallen ze jou misschien niet eens op. Maar ze verdienen het eigenlijk wel om te worden opgemerkt. Een kind dat blijft hangen bij iets, dat herhaalt, dat opnieuw probeert of doorpakt naar een nieuw spoor, daarin zie je betrokkenheid. Soms stil. Soms met geluid. Soms enorm geconcentreerd. Soms alleen, en soms samen. Daar ontstaat flow. Niet als doel, maar als gevolg van iets ontdekken, iets onderzoeken of iets opmerken.
Waar voetsporen beginnen te spreken
Nola beschrijft in haar verslag: Het is de dag voor kerst. Ik ben met een klein groepje kinderen op de dreumesgroep. De groep is helemaal in de feestsfeer met lichtjes en een houten kerstboom. We hebben in de schilderhoek de afgelopen weken met de kinderen van de groep die wilden met aquarelpotloden op twee grote kartonnen gekriskrast. Kriskrassen is het tekenen door jonge kinderen, waarbij ze met een lijn ‘uit wandelen’ gaan. Het is een feestelijk gezicht, alle kleuren en lijnen van de kinderen door elkaar heen. En nu zijn de kartonnen vol.
‘Zullen we de kartonnen nu verven?’ Daar hebben de kinderen wel zin in. Zeker als ik met verfrollers aankom. Ik besluit de kinderen zwarte verf te geven. Zo hebben we na deze verfsessie weer een nieuw, zwart canvas voor andere experimenten.
Met dikke druppels zwarte verf op het karton en grote verfrollers beginnen de kinderen het karton te verven. Wanneer het eerste karton helemaal zwart is, leg ik het op de grond zodat we het tweede karton ook kunnen verven. Mees loopt over het net geverfde karton heen naar de andere kant van de schilderhoek. Hij kijkt achterom en ziet dat er allemaal zwarte voetafdrukken op de grond staan. Wow, wat is er gebeurd? Hij loopt terug over het karton en aan de andere kant weer door en kijkt achterom. Nog meer voetsporen! Jay kijkt op en ziet het onderzoek van Mees. Hij laat zijn roller liggen en rent ook naar het karton op de grond. Hij loopt over het karton en kijkt achterom. Voetsporen! Lachend rennen ze nu samen heen en weer over het karton. Wat een pret: allemaal zwarte voetsporen rondom het karton op de vloer. Ze worden zo enthousiast dat ze harder beginnen te rennen. Het is glad en ze glibberen over de grond. ‘Pas op! Misschien is lopen een beter idee?’
Samen maken we foto’s van de voetsporen. Wat een verrassend resultaat; dit hadden we niet van tevoren bedacht. De kartonnen zijn geverfd. Na de kerstvakantie gaan we hier met wit krijt weer op kriskrassen. Wie weet gaat het wel op sneeuw lijken. De kinderen zullen zich in ieder geval verwonderen.