Hoe geef je als pedagogisch professional in de dagelijkse praktijk écht vorm aan de vier basisdoelen van Riksen-Walraven? En wat betekent dat voor kinderen, ouders en jou als professional? In dit artikel neem ik je mee van theorie naar praktijk, met voorbeelden uit de interventies Babyclub, Dreumesfun en Peutersteps.
De vier pedagogische basisdoelen van Riksen-Walraven vormen al jaren het fundament onder de kinderopvang:
1. Het bieden van emotionele veiligheid
2. Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van persoonlijke competenties
3. Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van sociale competenties
4. Het overdragen van normen en waarden
Hoewel deze doelen vaak bekend zijn, zit de echte uitdaging in het dagelijks handelen. Want hoe maak je deze doelen zichtbaar in activiteiten als verschonen, fruit eten en buitenspelen?
‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt’, een beroemde uitspraak van Johan Cruijff. En zo is het ook met die basisdoelen. De hele dag in de kinderopvang en ook thuis is ermee doorspekt. Als je doorhebt hoe die pedagogische basisdoelen er in de praktijk uitzien, dan herken je ze de hele dag door en is de volgende stap hoe je er (nog) gerichter mee aan de slag kunt. Dát is de doorontwikkeling van jou als professional binnen de kinderopvang, of als ouder, in je rol als opvoeder.
1 Emotionele veiligheid: de basis voor de ontwikkeling
Zonder emotionele veiligheid gebeurt er weinig positiefs qua ontwikkeling. Een baby die zich onveilig voelt, gaat niet op onderzoek uit. Een peuter die zich niet gezien voelt, haakt af. En een schoolkind dat zich onzeker voelt, laat minder van zichzelf zien. In het ouder-kind programma Babyclub zien we hoe bewust aan die veiligheid wordt gewerkt. Denk aan kleine groepen, vaste gezichten en veel aandacht voor afstemming. Een pedagogisch professional die de signalen van een baby herkent, daarin ouders meeneemt en adequaat reageert, geeft eigenlijk continu de boodschap: ‘Ik zie jou, jij doet ertoe.’ En dit niet alleen richting het kind maar ook richting de ouder(s).
In mijn eigen praktijk zie ik hoe krachtig dit uitwerkt. Een dreumes die eerst vooral observeerde, kwam pas echt tot spel toen de professional haar persoonlijk begroette met haar naam, haar ouders welkom deed voelen en het tempo van het kind respecteerde. Pas toen durfde de dreumes te kruipen, te pakken en uiteindelijk te experimenteren.
Voor ouders betekent dit doel vaak ‘geruststelling’. Zij vertrouwen hun kind toe aan iemand anders. Als zij merken dat zijzelf en hun kind zich prettig voelen en werkelijk gezien worden, ontstaat er een mooie basis voor een pedagogisch (educatief) partnerschap tussen professional en ouder(s).
2 Persoonlijke competenties: ruimte om te worden wie je bent
Het ontwikkelen van persoonlijke competenties gaat over het ontwikkelen van zelfstandigheid, zelfvertrouwen en veerkracht. In de praktijk betekent dit: kinderen ruimte geven om te proberen, fouten te maken en weer opnieuw te proberen. Het ouder-kind programma Dreumesfun sluit mooi hierop aan. De kern is dat jonge kinderen leren door te doen, te bewegen en te ervaren. Een programma dat aansluit bij de brede ontwikkeling en een rijke omgeving die uitnodigt tot ontdekken. Mooi voorbeeld hiervan is de ouder die haar baby van 12 maanden oud op een Pikler-driehoek wil laten klimmen, maar zich zorgen maakt of de dreumes eraf gaat vallen. In gesprek met de ouder blijkt dat ze bang is dat de baby uitglijdt. Door met de ouder dan door te praten over wat de dreumes zou kunnen helpen om de kans op uitglijden zo klein mogelijk te maken, bedacht ze dat het misschien een goed idee was om de sokken van de baby uit te trekken. Natuurlijk had ik als professional die tip kunnen geven, maar het is mooier wanneer de ouder er, met een beetje hulp van de juiste vraag, zelf achterkomt. Dat draagt bij aan het vertrouwen van de ouder in haar/zijn opvoedingsrol, en dat is goud waard. Zelf inzicht krijgen werkt zoveel beter dan al die tips die we als professionals over de ouders zouden willen uitstorten.