In de kinderopvang heb je als pedagogisch professional dagelijks contact met ouders die haast lijken te hebben. Van opvang snel door naar het werk, bijna te laat voor het eerste overleg, dwars door de files naar huis aan het einde van een drukke dag, kinderen ophalen, eten koken, naar de sportclub, waarbij ‘geen tijd’ en ‘druk’ veelgehoorde woorden zijn.
Het is 6:50 uur, een ouder zit al in de auto voor de deur te wachten. Zodra je de deur opent wordt een kind snel naar binnen gebracht en met een ‘alles goed’ is de ouder alweer verdwenen voordat je goed en wel goedemorgen hebt kunnen zeggen. Herkenbaar?
Ander perspectief
Het woord druk zorgt voor negatieve associaties. Dus we praten over drukke ouders, maar wat doet dat dan met ons? We gaan ook negatiever denken. Een belangrijke vraag is: hoe blijf je in verbinding zonder onder druk te komen staan?
Misschien begint het met kijken vanuit een ander perspectief. Niet: de huidige ouders hebben geen tijd meer voor hun kinderen! Maar wel: hoe kijk ík naar ouders. Je kunt hier namelijk vanuit verschillende perspectieven (brillen) naar kijken.
Eerste bril: invullen
In de kinderopvang zijn we soms geneigd om dingen snel in te vullen voor een ander: alle ouders zijn tegenwoordig druk en gehaast. Een ouder die een kind snel binnen afzet: druk. Een ouder die niet reageert op nieuwsbrieven en vragen? Niet betrokken. Maar deze invulling geeft ook ruimte voor de nodige ruis in de communicatie. Professioneel kijken betekent namelijk dat je juist geen aannames doet. Daarom laat ik je graag kennismaken met ANNA (Altijd Navragen, Nooit Aannemen). Anna is echt een fijne meid! Ze zorgt er namelijk voor dat je vragen gaat stellen aan ouders.
De ouder die gehaast lijkt te zijn, kan bijvoorbeeld gespannen zijn vanwege een situatie thuis. De ouder die weinig contact maakt, voelt zich misschien onzeker. En ja inderdaad: een ouder kan ook een agenda hebben die overloopt. Daar kom je echter pas achter wanneer je de vraag stelt. Niet invullen, maar professioneel nieuwsgierig zijn naar de ander. Jezelf echt afvragen: wat zou hier aan de hand zijn? En: wat weet ik van deze ouder en wat ook niet? Het is maar een klein verschil in houding, maar maakt echt een groot verschil in het contact.
In plaats van te zeggen: ‘Je hebt het zeker druk’ of er nog half rennend achteraanlopen omdat je toch nog even iets wil overleggen, kun je misschien beter zeggen: ‘Ik merk dat er weinig tijd is voor een overdracht, wat vind jij prettig in het contact?’ Dat klinkt klein, maar opent de deur naar samenwerking. Want laten we eerlijk zijn: veel ouders hébben het ook echt druk.
Het gezinsleven is voor veel ouders een baan op zich. Je moet werken, opvang regelen voor de kinderen, (samen) sporten en een leuke partner zijn. Daarnaast nog een sociaal leven onderhouden en misschien ben je ook nog mantelzorger. Dat zou voor iedereen ingewikkeld zijn, laat staan wanneer er ook nog sprake is van serieuze problematiek, zoals armoede enz. Daar tussendoor moet je ook nog aanwezig zijn als ouder, omgaan met sociale druk en verwachtingen, 10 minuten-gesprekken voeren, afspraken maken met huisartsen, tandartsen en wie weet is er ook nog een andere vorm van hulpverlening betrokken. Ga er dan maar aan staan, ouder zijn ís ook echt niet altijd makkelijk.