Pedagogisch professional Angela is zich rot geschrokken. Sem (2) was ineens verdwenen. Rond 18.00 uur. Vijftien minuten lang zocht ze met kloppend hart door het hele gebouw. In paniek belt ze de moeder van Sem, Cecilia, die gehaast opneemt vanuit de auto
‘Hou het kort, ik zit in een call.’
‘Wat? Maar waar is Sem?!’
‘Die zit hier bij mij achterin. Ik heb hem net opgehaald. Het ging even snel, want ik zat toen al in die call.’
‘Dit kan echt niet.’ Angela schiet uit haar slof en schrikt van haar eigen felheid.
Cecilia reageert begripvol. ‘Oké,’ zegt ze meteen, ‘dit zal niet meer gebeuren.’
Druk, druk, druk
Angela voelt een golf van opluchting, maar er is ook frustratie; hoe kan Cecilia haar zoon meenemen zonder contact met Angela of haar collega’s? Op de locatie waar Angela werkt, is dit helaas geen incident. Veel ouders hebben het druk. Ze komen binnen met één hand aan de kinderwagen, de andere op hun telefoon, het hoofd bij alles, behalve het hier en nu. Er zijn gelukkig ook ouders die wél even de tijd nemen voor een praatje of een korte terugblik op de dag. Maar soms ook niet. Dan worden kinderen ’s ochtends in allerijl gedropt met een snelle ‘geen bijzonderheden’, terwijl datzelfde kind huilerig en onrustig de groep op komt. Op maandagen valt bovendien op dat kinderen extra moe zijn omdat ze moeten bijkomen van een weekend vol activiteiten.