Druk gedrag op de groep vraagt veel van pedagogisch professionals. Maar wat als we anders leren kijken naar spel en spelontwikkeling? Door beter te begrijpen wat kinderen in hun spel laten zien, ontstaat meer rust, verdieping en plezier. Kennis van spel en spelbegeleiding is een voorwaarde om de ontwikkeling van kinderen goed te begeleiden.
Sander (ruim 3 jaar) wil met blokken spelen, hij rent naar de hoek met blokken en kiept een kist met blokken om. Een doos met dieren en hekken wordt ook ondersteboven gegooid en Sander gaat ertussenin zitten. Hij rommelt wat met zijn handen door het materiaal, het maakt een leuk geluid dus hij doet het nog wat sneller. Een pedagogisch professional voelt de onrust en gaat naast hem zitten en doet voor hoe Sander een toren kan bouwen. Sander helpt mee en zodra er vijf blokken op elkaar staan gooit hij die om. Leuk! Dus nog een keer, steeds een beetje hoger.
Hij lacht en roept door de ruimte: ‘Kijk eens’! Hij geniet. Sander is een spontane jongen maar ook beweeglijk, impulsief en ietwat druk. Wanneer we met een helikopterview naar deze situatie kijken kunnen we deze vanuit meerdere perspectieven benaderen: vanuit Sander en vanuit Anne, de pedagogisch professional die veel drukte ervaart in de groep en druk is in haar hoofd, en tot slot vanuit Emma, de pedagogisch professional die zich richt op de groep van vijftien kinderen en beschikt over kennis van de spelontwikkeling.
Oh daar gaan we weer
Sander is ruim drie jaar en heeft een hoop energie, hij wil graag de omgeving ontdekken en voelt zich uitgedaagd door wat hij in zijn omgeving tegenkomt. Hij is van nature enthousiast, nieuwsgierig en impulsief. Hij praat vrij over zijn ervaringen en voegt zich makkelijk in de groep. Hij is snel, laat zich op ideeën brengen door de medewerkers of andere kinderen, het aanwezige materiaal inspireert hem en daagt hem uit waarvan hij dankbaar gebruik maakt. Hij laat graag zien wat hij heeft ontdekt en deelt zijn enthousiasme. Zijn energie kan niet op en hij heeft plezier!
Pedagogisch professional Anne voelt zich verantwoordelijk voor het reilen en zeilen binnen de kinderopvang, ze heeft belangrijke taken zoals plannen, collega’s coachen, het regelen van oudergesprekken, ouders op de hoogte houden van de gebeurtenissen op de groep, beleidstaken, visie ontwikkelen en de groep draaiend houden. Voor de neventaken heeft ze geen extra uren, dus haar werktijden lopen gelijk aan de tijd dat de kinderen aanwezig zijn.
Anne ziet Sander binnenkomen en denkt al, oh daar gaan we weer, druk! Ze probeert dit niet te laten merken aan Sander, want hij is zoals hij is. Gewoon druk en leuk, maar toch ‘poeh’. Ze gaat samen met hem op de mat zitten en probeert zijn aandacht te richten door een toren te bouwen. Sander pikt het meteen op, maar voordat ze het beseft gooit hij de toren om: oh ja, dat had ik kunnen bedenken. Ze zucht een beetje vanbinnen, maar omdat Sander zo’n plezier heeft laat ze hem begaan. Maar echt samen plezier maken kan ze niet opbrengen, haar hoofd zit daarvoor te vol.
Samen torens bouwen en omgooien
Pedagogisch professional Emma beschikt over kennis van spelontwikkeling en spelgedrag, zij kan zich helemaal richten op de groep. Ze ziet Sander binnenkomen en denkt: oh ja, daar is hij weer, wat een vrolijk kind. Hij lacht al voordat hij echt ergens mee bezig is. Emma is nieuwsgierig, ze gaat eens kijken wat hij ontdekt. Oh, hij gooit met de blokken, dat maakt wel herrie, maar het klinkt ook spannend. Ze kijkt bewust naar het spel en ziet spel in de lichamelijke wereld, in dat geval is het logisch dat hij op zoek is naar geluid want de zintuigen spelen een grote rol. Ze wil onderzoeken of hij ook in de hanteerbare wereld kan spelen, net een stapje verder, want gezien zijn leeftijd zou hij dat zeker moeten kunnen. Zij bouwt een toren naast hem, om te kijken of hij zich uitgedaagd voelt.