Of het nu gaat om huisvestingsplannen, subsidie of inspectie: het helpt om als kinderopvangorganisatie warme contacten te hebben met de gemeente. Maar hoe bouw je een netwerk op, en bij wie moet je zijn?
Over de omgang met de gemeente geeft strategisch adviseur communicatie Sybrig van Keep een workshop aan BDKO- leden. Ze neemt hen in één middag mee langs alle do’s en dont’s. ‘Waarom heet deze workshop eigenlijk “Werken met de gemeente” en niet “Samenwerken met de gemeente”?’, vraagt een van de aanwezigen zich af. Workshoptrainer Sybrig kijkt even naar haar presentatie. Samenwerken is een mooier woord, erkent ze. Maar tegelijk is het soms hard werken, weet ze uit eigen ervaring.
Sybrig vraagt de aanwezigen om na te denken over hun eigen samenwerking met de gemeente, maar start eerst met een treffend voorbeeld. Ooit wilde ze als strategisch adviseur bij een gemeente inspraak hebben tijdens een raadsvergadering over het bestemmingsplan voor een voetbalvereniging. Om het ludiek te maken, nam ze een groepje jeugdspelers van 12 tot 14 jaar mee, in tenue. ‘Maar die vergaderingen kunnen lang duren. Soms tot middernacht. Al na een paar minuten begonnen die kinderen met propjes te gooien, en we moesten nog heel lang wachten.’ Die fout zou ze nu niet meer maken. Een volgende keer zou ze vooraf vragen of zo’n inspraakmoment voor de voetbalvereniging aan het begin kan plaatsvinden. ‘Zodat die kinderen weer op tijd thuis zouden zijn.’ Precies daarom is het handig om te weten hoe de gemeente werkt en bij wie je dat zou kunnen regelen.
Wisselende ervaringen
Dan start Sybrig tijdens de workshop het voorstelrondje, en blijkt dat de ervaringen met de gemeente wisselend zijn. Sommige directeuren hebben korte lijntjes met de lokale wethouder, voor anderen verloopt het moeizamer. Omdat ambtenaren bijvoorbeeld snel wisselen of besluitvorming lang duurt. Het goede nieuws is: daar kun je wat aan doen.
Sybrig bespreekt drie kernelementen die daarbij helpen. Zo is monitoring essentieel om goed op de hoogte te zijn van alle ontwikkelingen. Met een goede analyse en strategieontwikkeling kan de organisatie bepalen hoe ze zich gaat opstellen. En lobbyen en externe beïnvloeding richten zich op het overtuigen van de beslisser met standpunten en argumenten. Met dit laatste aan de slag gaan, heeft voor- en nadelen. Voordelen zijn onder meer de invloed die je kunt uitoefenen, het beschermen van je belangen en het bijdragen aan oplossingen. Nadelen zijn de tijd die het kost, het soms gedwongen sluiten van compromissen en het risico op reputatieschade.