Tijdens mijn werk als pedagogisch professional op een peutergroep werd ik geconfronteerd met het overlijden van mijn vader. Na drie weken afwezigheid keerde ik weer terug op de groep. Op de eerste dag kreeg ik verschillende reacties van kinderen: ‘Ben je niet meer ziek?’ ‘Mama zei dat je op vakantie was.’ En als laatste: ‘Hé, jouw vader is dood.’
De laatste opmerking kwam onverwacht en raakte me meteen. Ik voelde me gezien. Dát was de reden dat ik er niet was geweest. Ik was helemaal niet op vakantie. Ik ging hierover in gesprek met mijn collega’s en vroeg wat er aan de kinderen was verteld en of er een gezamenlijk verhaal was afgesproken. Dat bleek er niet te zijn. Iedereen had ouders en kinderen iets anders verteld over mijn afwezigheid. Dat maakte me nieuwsgierig. Want hoe communiceer je eigenlijk met een peuter over de dood? Doe je dat wel? Of proberen we kinderen te beschermen door het onderwerp te vermijden?
Mini-maatschappij
Uit mijn literatuuronderzoek blijkt al snel dat praten over de dood met peuters niet alleen mogelijk is, maar ook belangrijk. Werken in de kinderopvang betekent immers meer dan alleen zorgen en oppassen. We zijn mede-opvoeders. De kinderopvang is een mini-maatschappij waarin kinderen kennismaken met normen, waarden en alles wat bij het leven hoort. Daar horen vreugdevolle momenten bij, maar ook verlies en verdriet.
De dood kan soms dichterbij zijn dan we denken. Bijvoorbeeld wanneer er op het speelplein een dode vogel ligt. Een pedagogisch professional zegt: ‘Oh kijk, een dode vogel.’ Het kind loopt naar de vogel en vraagt: ‘Wat is dood?’
Voor veel peuters staat de dood ver van hun dagelijkse leven. Toch komen zij er regelmatig mee in aanraking, bijvoorbeeld via televisie, eigen ervaringen of sprookjes. In verhalen komen mensen soms weer tot leven, en dat beeld nemen jonge kinderen mee.
Tussen 2 en 4 jaar lopen fantasie en werkelijkheid nog sterk door elkaar. Een peuter kan denken dat iemand slaapt of later weer terugkomt. Denk bijvoorbeeld aan het sprookje Doornroosje: waarom kan zij wel wakker gekust worden, maar opa niet? De dood wordt op deze leeftijd nog niet begrepen als iets definitiefs en onomkeerbaars.