De overgang van thuis naar kinderopvang is voor veel baby’s en hun ouders spannend. Pedagogisch professionals hebben de taak deze overgang soepel te begeleiden. Maar hoe doe je dat eigenlijk? Die vraag stond centraal in het ontwikkelteam Goede Start van het Expertisecentrum Kinderopvang.
Een baby die voor het eerst op de groep komt. Een ouder die met een brok in de keel afscheid neemt. Een pedagogisch professional die graag wil helpen, maar nog niet weet wat deze baby nodig heeft om te slapen, te eten of getroost te worden. De start in de kinderopvang is een bijzondere overgang. Vaak wordt daarover gesproken als ‘wennen’: enkele momenten waarop een baby de groep bezoekt voordat het echt begint.
In een team met negen pedagogisch coaches en een wetenschappelijk onderzoeker hebben we de start op de opvang onderzocht, waarbij deze vragen centraal stonden: wat weten we al vanuit onderzoek? Wat gebeurt er in de praktijk? En hoe zorg je dat die kennis niet eindigt in een dik rapport, maar morgen al iets oplevert op de groep? Hier vast onze belangrijkste conclusie: een goede start is geen moment, maar een proces.
Vijf processen tegelijk
Een goede start helpt jonge kinderen om zich veilig en op hun gemak te voelen in de kinderopvang. Wanneer een baby zich veilig voelt, durft het kind relaties aan te gaan, te ontdekken en te spelen. Dat zijn belangrijke randvoorwaarden voor leren en ontwikkeling. Een moeizame start kan juist leiden tot aanhoudende stress, die een negatieve invloed heeft op de baby. Wanneer een baby start op de kinderopvang, komen er maar liefst vijf processen op gang. Allereerst zal de baby vertrouwd moeten raken met de opvang en het gescheiden zijn van de ouders. Ook voor de ouders is dat wennen, omdat ze ineens moeten loslaten en de zorg voor hun baby aan anderen moeten toevertrouwen.