Drie jaar geleden introduceerde Humankind kinderopvang en -ontwikkeling nieuw beleid op mediawijsheid. Een logisch en noodzakelijk antwoord op de wereld waarin kinderen opgroeien, met schermen en digitale prikkels. Maar beleid is niet 1-op-1 te vertalen naar pedagogisch handelen. Hoe kun je dat aanpakken?
Wat vraagt mediawijsheid écht van pedagogisch professionals in hun dagelijks werk? Ilona Kanters, regiopedagoog bij Humankind, neemt pedagogisch professionals hierin praktisch en effectief mee. Een belangrijke keuze in de aanpak is het werken op de locaties met mediamakers en mediawijsgidsen, vertelt Ilona. ‘Een mediamaker is een pedagogisch professional die affiniteit heeft met mediawijsheid en een ambassadeur is op de eigen locatie. Zij verdiepen zich in materialen, experimenteren en fungeren als aanspreekpunt voor collega’s. Mediawijsgidsen organiseren trainingen en zijn een hulplijn voor collega’s met vragen.’
In een speciaal aangemaakt teamskanaal staan deze gidscollega’s met elkaar in contact, en dit werkt erg goed. De medewerkers zijn enthousiast en kunnen met elkaar sparren, bijvoorbeeld over wat voor hen wel of niet werkt. ‘Ook hebben we middelen ontwikkeld om mediawijsheid op de groepen te laten landen’, vertelt Ilona. ‘Als aanzet tot gesprek hebben we bijvoorbeeld vragenkaartjes gemaakt voor collega’s, kinderen en ouders. En een mediabox met diverse spelmaterialen, waarmee de mediamakers samen met hun pedagogisch collega’s experimenteren. De meerwaarde ervan zit uiteraard niet in het materiaal zelf, maar in hoe de professionals het inzetten.’
Toen het beleid op mediawijsheid werd gelanceerd, was aanvankelijk de gedachte dat de locaties hiermee zelf met de kinderen aan de slag zouden kunnen. Een presentatie op locatie zou voldoende moeten zijn. In de praktijk stokte het daar. Medewerkers waren weliswaar doordrongen van het belang van mediawijsheid, maar wat betekent het concreet voor hun handelen?
Dat bleef lastig, vertelt Ilona. ‘We zagen interesse van collega’s voor het beleid, maar ze vonden het moeilijk het te vertalen naar de praktijk. Ze misten handvatten. Dat was geen onwil, maar een logisch gevolg van wat beleid is: abstract, richtinggevend, maar zonder directe koppeling aan dagelijkse situaties. Pedagogisch professionals zijn geen theoretische mensen, het zijn doeners. Ze denken meteen: hoe pak ik dat aan? En hoe integreer ik het in ons dagelijks handelen?’