Lessen uit Noorwegen

Lessen uit Noorwegen

Productgroep BBMP 02 2026
4,95
Gratis voor abonnees.

Omschrijving

De Nederlandse praktijk is mede weerbarstig omdat kinderopvang in Nederland voor een groot deel door commerciële partijen wordt aangeboden. Want hoe zorg je ervoor dat publieke middelen op de juiste manier worden ingezet en werkelijk ten goede komen aan kinderen en hun (werkende) ouders? Na het nodige denkwerk heeft de overheid voorgesteld om kinderopvang aan te wijzen als een dienst van algemeen economisch belang (DAEB).
Het argument is dat de overheid dan subsidies mag verstrekken aan private partijen zonder dat de EU begint te roepen dat hier sprake is van ongeoorloofde staatssteun. Ook zou dit besluit de risico’s voor de toegankelijkheid en doelmatigheid kunnen beperken. De aanwijzing als DAEB heeft derhalve zowel een buitenlandse als een binnenlandse betekenis.
Tegelijkertijd roept deze aanwijzing de nodige reacties op. Is dit wel echt nodig? Is dit niet een overbodige bureaucratische horde die al het ondernemende elan uit de sector perst? Er is nu al een tekort aan kinderopvangplaatsen. Als het onaantrekkelijk wordt om in deze markt te investeren vertaalt zich dat in langere wachtlijsten waar ook geen kind of ouder mee is geholpen.

Relevante ervaringen
Gelukkig hoeven we in dit geval het wiel niet helemaal opnieuw uit te vinden. Noorwegen was ons voor en deze ervaringen zijn voor ons relevant. Kinderopvang is in Noorwegen grotendeels publiek gefinancierd en wordt verzorgd door zowel publieke (gemeentelijke) als private (for-profit en non-profit) aanbieders. 
In 2020 bedroeg het marktaandeel van de private sector circa 50 procent. Wat zijn in Noorwegen de ervaringen met dit hybride stelsel en hoe wordt daar gewerkt aan een doelmatige besteding van de publieke middelen?
We gaan een stapje terug in de tijd.
Traditioneel is de kinderopvang in Noorwegen een taak van de gemeentelijke overheid. Vooral vanaf 1975 groeit de sector sterk, mede als gevolg van toenemende overheidssubsidies. Tot 2003 wordt de kinderopvangmarkt gedeeld door publieke en private non-profit aanbieders. For-profit kinderopvang speelt nagenoeg nog geen rol. Dat verandert in 2003. Aanleiding is vooral de groeiende politieke druk om te komen tot een universeel dekkend stelsel van kinderopvang.
Omdat dit een forse stijging van de capaciteit vergt, wordt besloten de investeringen in de kinderopvang flink op te schalen en for-profit aanbieders tot de markt toe te laten. Het model dat hierbij wordt gehanteerd is het zogeheten subsidiemodel: een for-profit onderneming heeft recht op subsidie, en kan zich dus als een kinderopvangaanbieder vestigen wanneer deze voldoet aan de relevante wet- en regelgeving.