Wat is een kinderopvangorganisatie eigenlijk? Een voorziening? Een systeem? Een dienst? Of kan het ook een plek zijn waar kinderen al volwaardig deel uitmaken van een gemeenschap? In de Italiaanse stad Pistoia leeft die vraag al meer dan zestig jaar, niet alleen in pedagogische documenten, ook in de dagelijkse praktijk van de stad zelf.
‘Geen leerplaatsen, maar plaatsen om te leven.’ Deze zin valt bijna terloops tijdens het gesprek met Deborak Cappellini, pedagogisch professional en coördinator voor verschillende gemeentelijke voorzieningen van Pistoia. Toch blijft juist die uitspraak hangen. Misschien omdat ze raakt aan iets waar veel professionals en managers in kinderopvang en onderwijs vandaag naar zoeken, maar waarvoor vaak nauwelijks nog woorden bestaan.
Deborak benadrukt tijdens het gesprek meerdere keren dat de kinderopvangprofessionals in Pistoia hun werk niet zien als een pedagogisch model of een methode die overdraagbaar is via protocollen of trainingen. Wat in de loop van tientallen jaren in de Italiaanse stad is ontstaan, lijkt eerder een cultuur. Een manier van kijken naar kinderen, ouders, professionals en de samenleving.
Juist daarom is het verhaal van Pistoia interessant voor managers. Niet omdat het een romantisch Italiaans voorbeeld is dat eenvoudig gekopieerd kan worden, maar omdat het fundamentele vragen stelt over hoe wij vandaag kwaliteit definiëren.
Want wat gebeurt er met pedagogiek wanneer organisaties steeds sterker georganiseerd raken rondom efficiëntie, meetbaarheid, personeelstekorten en verantwoording? Welke ruimte blijft er dan nog over voor ontmoeting, vertraging en menselijke aanwezigheid?
In Pistoia lijken ze die vragen nooit helemaal kwijtgeraakt te zijn. Internationaal wordt Pistoia vaak genoemd naast Reggio > Emilia. Er zijn zeker overeenkomsten, maar juist doordat zij kindvoorzieningen niet zien als educatieve instelling, zijn er ook verschillen.
Spazio Piccolissimi
Deborak werkt sinds 1996 binnen de gemeentelijke voorzieningen van Pistoia en coördineert sinds 2008 activiteiten binnen Area Bambini Rossa, een bijzondere voorziening. Het is een plek waar kinderen, ouders en professionals elkaar ontmoeten, waar opvoedingsondersteuning, cultuur en gemeenschap in elkaar overlopen. Binnen deze fysieke structuur begeleidt zij onder andere het Spazio Piccolissimi, een gratis educatieve en sociale ontmoetingsplek voor ouders met kinderen van 0 tot 18 maanden. Wanneer zij over haar werk vertelt, gebruikt Deborak opvallend weinig technische taal. Ze spreekt niet over interventies, opbrengsten of programma’s. Ze spreekt over nabijheid, gemeenschap, ontvangen en zorg. Alsof pedagogiek in de eerste plaats iets relationeels is.
Dat wordt misschien nog het meest duidelijk wanneer zij uitlegt wat volgens haar het verschil is tussen de visie in Pistoia en die van andere bekende pedagogische stromingen. Natuurlijk zijn er invloeden van Montessori, sociaal-constructivisme en andere denkers, zegt ze, maar uiteindelijk draait het niet om een model. Het gaat om een manier van samenleven met kinderen. Waar veel systemen sterk focussen op ontwikkeling en leren, probeert Pistoia het hele kind centraal te zetten. Niet alleen de cognitieve groei, maar het kind als mens ingebed in familie, geschiedenis, emoties, relaties en gemeenschap.
Geen plekken om te leren, maar plekken om te leven. Het klinkt bijna poëtisch, maar de consequenties ervan zijn groot. Want zodra een organisatie zichzelf niet langer uitsluitend ziet als een plek waar ontwikkeling georganiseerd moet worden, verandert de rol van de volwassenen binnen die organisatie. Pedagogisch professionals worden dan niet alleen begeleiders van leerprocessen, maar mensen die ruimte maken voor ontmoeting, vertrouwen en verbondenheid.