In de kinderopvang zijn we goed in het zorgen voor kinderen, in het creëren van een veilige en rijke speelomgeving en in professioneel handelen volgens pedagogische principes. Maar als het gaat om het betrekken van ouders bij de pedagogische dialoog, blijven we achter. Niet omdat we het niet willen, maar omdat we vaak simpelweg niet goed weten hoe.
De afgelopen jaren heb ik veel nagedacht over de functies van kinderopvang, over wat we doen, waarom we het doen en vooral: voor wie we het doen. Tijdens een recente lezing die ik bijwoonde, werd opnieuw benadrukt dat opvang een plek is waar kinderen, ouders en gemeenschappen elkaar ontmoeten. Een plek waar inclusie en verbondenheid kunnen groeien. Die woorden raakten me. Want het klinkt zo vanzelfsprekend – opvang als ontmoetingsplek – maar in de praktijk merk ik dat we die sociale functie voor ouders nog lang niet volledig benutten.
Echt contact met ouders
Ik hoor vaak dat ouders geen betrouwbare inschatting zouden kunnen maken van de pedagogische kwaliteit, omdat ze te weinig zicht hebben op de dagelijkse interacties tussen professionals en hun kind. Dat is deels waar. Ouders zien maar een fractie van de dag. Ze zijn er bij het brengen en halen, krijgen een overdracht, misschien een foto of bericht via een app, maar ze zien nooit de vele kleine pedagogische beslissingen, afwegingen en interacties die door de dag heen plaatsvinden. Toch wringt er iets. Want als we echt geloven in die sociale functie van kinderopvang – ontmoeten, verbinden, samen opvoeden – dan kunnen we ouders niet buitensluiten van het gesprek over kwaliteit. Dan kunnen we niet zeggen: ‘Ouders kunnen het niet beoordelen, dus laten we het gesprek maar niet voeren.’ Dat is voor mij te makkelijk. En eerlijk gezegd: het doet geen recht aan ouders, die kennen hun kind het beste en zijn betrokken bij de ontwikkeling van hun kind. Ik wil ouders juist wél meenemen in het duiden van de pedagogische kwaliteit. Niet om hen te laten beoordelen wat ze niet kunnen zien, maar om samen te onderzoeken wat kwaliteit voor hen betekent, vanuit hun perspectief, hun ervaringen, hun waarden.
Perspectief van ouders nog onderbelicht
We willen ouderparticipatie. We willen partnerschap. We willen gezamenlijk opvoeden. Maar als het gaat om pedagogische kwaliteit, nemen we ouders vaak mee in één richting: wij leggen uit wat kwaliteit inhoudt, en ouders luisteren. Terwijl ik geloof dat ouders ons veel meer te vertellen hebben dan we tot nu toe horen. Eerlijk gezegd denk ik dat we de kijk van ouders nog niet goed weten te vangen. En dat vind ik een gemiste kans. Want zij vormen de andere helft van het perspectief op het kind. Zij zien het kind thuis, in de vertrouwde omgeving, in relatie met broers, zussen, familie. Zij zien andere kanten, andere signalen, andere gedragingen. En juist dat brede perspectief hebben we nodig als we de kwaliteit van kinderopvang willen blijven waarborgen en versterken. Het is onze verantwoordelijkheid – zowel voor onderzoekers als pedagogen en andere professionals in de praktijk – om ouders bij dit onderwerp te betrekken. Vanuit een gelijkwaardige dialoog verbinden om op die manier optimaal welbevinden, betrokkenheid en ontwikkeling van kinderen te ondersteunen.
Een stevige basis
Al meer dan twintig jaar vormen de vier pedagogische basisdoelen van Riksen-Walraven (zie kader) het fundament onder de Nederlandse kinderopvang. Ze worden breed gedragen door professionals en vormen de basis voor de kwaliteitseisen in de Wet kinderopvang. Ze zijn duurzaam omdat ze algemeen geformuleerd zijn, en nog altijd relevant met betrekking tot de vraag wat goede kinderopvang inhoudt. Hoewel die basis van de vier pedagogische basisdoelen stevig staat, vraagt de invulling ervan om voortdurende reflectie.