De vier pedagogische basisdoelen zijn een mooi onderwerp om bij stil te staan. Het is waarom we werken met kinderen binnen de kinderopvang. Het raakt alles wat we doen in ons dagelijks pedagogisch handelen. Maar hoe doen we dat eigenlijk?
De vier pedagogische basisdoelen zijn in 2000 door Marianne Riksen-Walraven geformuleerd als kwaliteitskader voor de kinderopvang en zijn in 2005 opgenomen in de Wet Kinderopvang. Maar hoe krijgen de vier pedagogische basisdoelen een plek binnen het werkveld? Onder andere daarover ging ik in gesprek met Courtney, pedagogisch professional in de kinderopvang.
De vier pedagogische basisdoelen
Binnen het pedagogisch beleid vormen ze een fundering waarop kinderopvangorganisaties onderbouwen hoe de ontwikkeling van kinderen wordt gestimuleerd en begeleid. Het borgt de pedagogische kwaliteit en geeft richting aan professionals hoe te handelen om willekeur te voorkomen. Soms worden de pedagogische basisdoelen één op één overgenomen in het pedagogisch beleid of krijgen ze vorm in een eigen taal passend bij de organisatie. De vier pedagogische basisdoelen op een rijtje:
• Stimuleren van de persoonlijke competentie
• Stimuleren van de sociale competentie
• Bieden van emotionele veiligheid
• Overdracht van normen en waarden
Persoonlijke eigenschappen neem je mee in je werk
Hoe vaak denk je als pedagogisch professional bewust na over hoe jij de vier pedagogische basisdoelen toepast in je dagelijks handelen? Een tiental pedagogisch professionals antwoordde op deze vraag ‘meestal wel’ of ‘soms, maar niet bewust’.
De keuze om te werken in de kinderopvang zit onder andere in eigenschappen die pedagogisch professionals met zich meebrengen, passend bij het beroep. Denk bijvoorbeeld aan het hebben van empathie, zorgzaam zijn en graag sociale interactie aangaan. Daarnaast worden persoonlijke eigenschappen, die voortkomen uit de eigen opvoeding of eigen normen en waarden, onbewust meegenomen in de uitvoering van het beroep als pedagogisch professional.
Als pedagogisch professional kun je je bijvoorbeeld vinden in de werkwijze van een kinderopvangorganisatie, maar wellicht denk je soms ook ‘dat kan anders’. Wat jij mogelijk anders zou willen aanpakken, baseer je op eigen gedachten, gevoelens en ervaringen. Het kunnen persoonlijke eigenschappen zijn die worden meegenomen in het werk. Door stil te staan bij die gedachten, het gesprek aan te gaan en te onderzoeken waar eigen gedrag, voorkeuren en neigingen vandaan komen, maak je een stap naar bewustwording van je eigen pedagogisch handelen.
Op de vraag: ‘Wat maakt jou jij?’ antwoordde pedagogisch professional Courtney: ‘Hoe ik ben opgevoed. De normen en waarden die ik heb meegekregen en mijn persoonlijke eigenschappen. Als ik twee eigenschappen moet uitkiezen die bij mij passen zou ik zeggen: ik ben zorgzaam en een echte aanpakker. Ik weet aan te pakken in mijn werk en kan geduldig zijn. En laat ik eerlijk zijn, dat geduldig zijn herken ik een stuk minder in mijzelf buiten het werk om.’