Voorlezen lijkt een rustig tussendoortje. Even zitten, even rust op de groep. Maar als je goed kijkt, zie je iets anders. Een activiteit waarin alle pedagogische basisdoelen samenkomen, vaak zonder dat je het doorhebt. Voorlezen in relatie tot de pedagogische basisdoelen kunnen we vanuit twee kanten bekijken. We kunnen kijken naar het voorlezen als activiteit en we kunnen kijken naar de boeken die worden voorgelezen.
Dit is waarschijnlijk een herkenbaar beeld op de groep. Het is het einde van de middag. De treinbaan ligt half uit elkaar, een pop zonder kleren wordt uit het keukenkastje gehaald en ergens klinkt een beginnend meningsverschil over een rode auto. Je voelt het, de energie is op. Je pakt een boek en gaat zitten. Wat er dan gebeurt is niet iets magisch, het is iets dat voor kinderen heel gewoon is. Ze zien jou met een boek en zijn nieuwsgierig. Ze zoeken een plekje tegen je aan of ploffen op de grond, als ze maar kunnen zien wat er gaat gebeuren.
Nabijheid en veiligheid
Voorlezen is altijd iets dat je samen doet, op schoot of in de leeshoek op de grond. Kinderen genieten van je nabijheid en je stem. Voorlezen begint bij samen zijn. Samen een boekje lezen, op schoot of in de leeshoek op de grond. Je nabijheid en je stem zorgen voor een gevoel van veiligheid. Denk maar aan een dreumes die moeite heeft met afscheid nemen en verdrietig is. Vaak wordt er dan gekozen om even samen in een boekje te kijken. Deze dreumes zie je ontspannen wanneer je hem op schoot neemt en zacht begint te praten bij een boekje. Je benoemt wat je ziet en reageert op zijn signalen. De dreumes voelt zich gezien en veilig.
Herhaling
Het is niet alleen gezien worden, het knusse moment dat veiligheid biedt. Het gaat ook over herhaling, over routines. Voorleesmomenten zijn vaak een onderdeel van het dagritme. Na het eten, voor het slapen of juist als overgangsmoment. Kinderen weten wat er komt en zoeken jou misschien wel op, om je eraan te herinneren dat het tijd is. Misschien pakken ze wel een boek dat favoriet is op de groep. Het boek dat je uit je hoofd kent, omdat kinderen het zo graag samen met jou willen lezen. Deze herhaling, deze routines, zorgen voor herkenning en houvast voor de kinderen. En daar voelen ze zich prettig bij.
Sociale interactie
Voorlezen begint vaak één-op-één, met een kind op schoot, dicht tegen je aan. Maar al snel ontstaat er iets groters. Een tweede kind schuift aan, en dan nog één. Voor je het weet zit je midden in een klein groepje dat samen kijkt, luistert en beleeft. Bij de jongste kinderen zie je hoe sociale interactie in eenvoudige vorm begint. Een baby maakt een geluid en merkt dat jij daarop reageert. Naarmate kinderen ouder worden, wordt ook hun onderlinge interactie
zichtbaarder. Een dierengeluid uit het boek wordt opgepikt door één kind, en ineens doen er meer kinderen mee. Er wordt gelachen, herhaald, naar elkaar gekeken. Er ontstaat een kort, intens en gezamenlijk moment van plezier.
Concentratie
Wanneer kinderen ouder worden, verandert ook het voorleesmoment. Peuters zitten vaker samen in een groep en oefenen met wat zoal daarbij komt kijken. Ze ontdekken dat er momenten zijn om te luisteren en momenten om iets te zeggen. Dat dit niet altijd tegelijk kan. Dat je soms even moet wachten. Hierbij geldt echt: oefening baart kunst. Misschien herken je het wel bij de kinderen op de groep. Welke kinderen zijn het gewend om voorgelezen te worden, en welke niet? Tijdens het voorlezen leren jonge kinderen om zich te concentreren en hun aandacht voor langere tijd vast te houden. Dat is niet iets wat ze zomaar ineens kunnen, dat moeten ze oefenen. Ze leren hoe ze een verhaallijn moeten volgen, en trainen tegelijkertijd het geheugen wanneer ze vertellen wat er in een verhaal is gebeurd.
Zuinig op boeken
Hoe we omgaan met boeken op de groep vormt een kans om normen en waarden te ontwikkelen. Kinderen leren dat boeken waardevol zijn en dat je er zorgvuldig mee omgaat, bijvoorbeeld door rustig te bladeren en ze netjes terug te leggen. Zorg ervoor dat kinderen zich medeverantwoordelijk voelen. Geef het goede voorbeeld en betrek kinderen actief bij het opruimen en verzorgen van boeken. Wanneer een boek per ongeluk kapotgaat, kun je dit bijvoorbeeld samen repareren. Zo leren kinderen dat je zuinig moet zijn op spullen, en dat je samen oplossingen kunt vinden als het mis gaat.