In 2029 wordt bijna gratis kinderopvang voor werkende ouders ingevoerd. Kinderopvangorganisaties krijgen de garantie op een stabiele, directe financiering. Om ervoor te zorgen dat de kinderopvang betaalbaar blijft, komen er regels voor overwinsten en excessieve salarissen in de sector. Kinderopvang wordt daarom aangemerkt als een dienst van algemeen economisch belang (DAEB).
In het nieuwe stelsel hoeven werkende ouders nog maar een klein deel van de kosten voor kinderopvang te betalen. De bijdrage die de overheid betaalt aan betaalbare kinderopvang gaat in het nieuwe stelsel fors omhoog, naar ongeveer negen miljard euro per jaar, ruim anderhalf keer zoveel als nu. Het risico bestaat dat dit gaat leiden tot prijsstijgingen en excessieve overwinsten. Dit wil het kabinet voorkomen: belastinggeld moet ten goede komen aan werkende ouders. Ook raakt de toekomstige financiering van kinderopvangorganisaties de Europese regels voor staatssteun. Om ongeoorloofde staatssteun te voorkomen vindt het kabinet ‘het onontkoombaar om in het nieuwe stelsel kinderopvang aan te merken als dienst van algemeen economisch belang (DAEB)’.
Ondernemers in de kinderopvang kunnen redelijke rendementen blijven realiseren en blijven innoveren, benadrukt het kabinet. ‘De DAEB moet ondernemerschap blijven stimuleren en geen onnodige administratieve druk opleveren.’ Maar dit wel zonder excessieve beloningen voor bestuurders. Daarom komt de kinderopvang straks ook onder de Wet normering topinkomens te vallen.
Sommige diensten zijn zo belangrijk voor de samenleving dat de overheid ervoor wil zorgen dat iedereen er gebruik van kan maken. Denk aan openbaar vervoer, postbezorging, sociale woningbouw of De DAEB in vogelvlucht kinderopvang. Zulke diensten noemen we diensten van algemeen economisch belang.
Een DAEB is een economische activiteit die een publiek belang dient. De dienst wordt aangeboden op een markt, door bedrijven of instellingen die winst mogen maken.
Maatschappelijke doelen
Maar tegelijkertijd zijn er maatschappelijke doelen aan hun activiteiten verbonden. Vaak gaat het om diensten die de markt uit zichzelf niet rendabel of niet op sociaal verantwoorde wijze kan aanbieden. Zonder overheidsingrijpen zouden bepaalde groepen burgers daardoor worden uitgesloten. Zo kan een buslijn naar een afgelegen dorp maatschappelijk onmisbaar zijn, maar te weinig winstgevend voor een commercieel vervoersbedrijf. In dat geval kan de overheid ingrijpen en de vervoerder compenseren voor het uitvoeren van die dienst.