Het verlangen naar een betere wereld - Een hoopvol perspectief voor kinderen en opvoeders in moeilijke situaties

Het verlangen naar een betere wereld - Een hoopvol perspectief voor kinderen en opvoeders in moeilijke situaties

Helma Brouwers Theo Cappon | 2012 | 978 90 5263 653 5 | korczak stichting
Gratis

Omschrijving

Jaarboek 2012:
In dit jubileumjaar kijken we terug op die vele vruchtbare jaren, waarin we het waardevolle pedagogische gedachtegoed van Korczak levend hielden. Het verlangen naar een beter leven voor kinderen en jongeren blijkt steeds weer velen te inspireren zich voor onze stichting in te zetten. Wij zijn al diegenen dankbaar voor hun betrokkenheid en hun belangeloze inzet in de afgelopen dertig jaar en we hopen ook in de toekomst wederom een beroep op velen te kunnen doen bij al onze Korczakactiviteiten. Want het is meer dan ooit nodig om, in de geest van Korczak, op te komen voor de belangen van kinderen en jongeren in onze samenleving, zoals ook de inhoud van dit jaarboek weer zal aantonen.

Het jaar 2012 is ook om andere redenen een bijzonder jaar. In 1912, precies honderd jaar geleden, startte Korczak in Warschau het weeshuis ‘Dom Sierot’ dat zich al snel ontwikkelde tot een democratische samenleving, waarin Korczak zijn ideeën over het respecteren van rechten van kinderen, over gelijkwaardige relaties tussen kinderen en volwassenen concreet vorm gaf. Tot slot is 2012 het jaar waarin we herdenken dat Korczak in 1942, nu zeventig jaar geleden, met al zijn kinderen omkwam in het vernietigingskamp Treblinka. Telkens weer blijkt dat dit intrieste feit ons verlangen naar een leven in waarheid en gerechtigheid, waarover Korczak in zijn brief aan de kinderen sprak, eerder aanmoedigt dan ontmoedigt. Daarom kozen we voor dit jubileumjaarboek als thema ‘Het verlangen naar een betere wereld} een wereld die nu nog niet bestaat, maar die misschien eens zal bestaan.

Dat verlangen is voor opvoeders van essentieel belang. Zonder een hoopvol perspectief is opvoeding onmogelijk en zinloos, zoals ook de pedagoge Lea Dasberg in haar bekende rede Hulde aan de hoop al zei. De werkelijkheid zal zich niet altijd in even fraaie vorm aan ons voordoen, maar pessimisme of fatalisme als gevolg daarvan is pedagogisch gezien onverantwoord. Kinderen de wereld presenteren als een voldongen, hopeloos feit, noemt Dasberg zelfs ‘pedagogische verwaarlozing’. De pedagogie, meent zij, eist een perspectief! Een perspectief dat niet vanzelf ontstaat, maar - zo zou Korczak zeggen - dat we met eigen kracht en door zelf nadenken moeten ontwikkelen. Onze toekomst wordt immers mede bepaald door hetgeen we vandaag doen of laten.

Wat hebben we kinderen te bieden? Uitzicht op die maakbare toekomst, waarin elk lid van de gemeenschap, jong of oud, zijn verantwoordelijkheid neemt en naar beste vermogen bijdraagt aan leefbaarheid en menswaardigheid van onze samenleving. Niet meer, maar ook niet minder.

In deze jubileumbundel gaat onze aandacht speciaal uit naar kinderen en jongeren in moeilijke opvoedingssituaties. Naarmate hun leefwereld grimmiger is, is het urgenter maar ook moeilijker om kinderen zicht te blijven bieden op de mogelijkheden van een beter leven. Maar wat zou ons verlangen waard zijn, als het zich alleen manifesteert vanuit een gerieflijk opvoedingsperspectief? In dit jaarboek richten we de schijnwerpers op kinderen en jongeren met wie in hun korte leven al veel is misgegaan, of met wie het mis dreigt te gaan. We ontmoeten kinderen in opvangcentra voor asielzoekers, kinderen in jeugdgevangenissen, kinderen die op straat leven, maar ook kinderen die in de handen van jeugdhulpverlening opgescheept raakten met allerlei diagnoses die hun hulpverleners weliswaar tevreden stelden, maar die nauwelijks lijken te beogen jongeren een beter perspectief te bieden. Soms integendeel. De vragen die we ons in deze bundel ook stellen zijn: Waaróm gaat het soms zo mis met jongeren? Wat doen wij opvoeders en hulpverleners dan verkeerd? Wat is er mis met het pedagogisch gehalte van onze samenleving? En wat kunnen we van onze fouten leren, in het belang van die betere toekomst?

René Görtzen, Korczak-kenner bij uitstek, opent dit jubileumnummer met een bijdrage waarin hij ingaat op wat het Verlangen dat Korczak de kinderen meegaf - een ‘verlangeloos Verlangen’, volgens Görtzen - in Korczaks leven heeft betekend. Görtzen concludeert dat Korczak in die afscheidsbrief de kinderen iets zeer waardevols meegaf. Iets van zichzelf namelijk; de kostbaarheid van zijn eigen ziel.

Diverse auteurs die aan dit jaarboek hun bijdrage leverden, geven tekortkomingen aan bij beleidsmakers, opvoeders of hulpverleningsinstanties. Zo laat Jan Willems zien dat we weliswaar de mond vol hebben over de rechten van het kind, maar dat we desondanks verzuimen kinderen te beschermen tegen pedagogische onkunde of onwil. Volwassenen beschouwen kinderen nog steeds als hun bezit. Hun belang wordt, ook in de wetgeving, ver boven dat van het kind gesteld. Vooroordelen en geweld tegenover kinderen vat Willems in zijn prikkelende bijdrage samen onder de noemer ‘kindisme’; een begrip parallel aan begrippen als seksisme of racisme. Alleen al die bijna niet te bevatten omvang van kindermishandeling (1 op de 10 kinderen!) brengt Willems tot de conclusie dat kinderen niet alleen in Korczaks tijd, maar ook nu nog steeds rechteloos zijn. Willems houdt een pleidooi voor een anti- kindisme verdrag en doet concrete voorstellen voor beleid en wetgeving die de kindistische bezitstraditie en het wreedheidsprivilege van volwassenen ten opzichte van kinderen kunnen uitbannen.

Mare Dullaert, die in 2011 werd aangesteld als Kinderombudsman, beschrijft in zijn bijdrage dat hij en zijn medewerkers zich eveneens tot taak hebben gesteld zich in te spannen voor een wereld waarin kinderrechten gerespecteerd en nageleefd worden. Dullaert brengt structurele schendingen van kinderrechten in kaart en wil alert blijven op wat veranderingen in de samenleving voor kinderen betekenen. Daarover doet hij onderzoek en brengt hij adviezen uit aan regering en beleidsmakers. Kinderen weten hem intussen te vinden. We kunnen concluderen dat de Kinderombudsman zich in korte tijd een positie heeft verworven als nationaal geweten op gebied van kinderzaken. Maar, zo schrijft Dullaert, in het afgelopen jaar is ook gebleken dat de problematiek rond kinderrechten veel groter is dan hij vermoedde toen hij aantrad.

Micha de Winter schreef een boek waarin hij betoogt dat een juiste opvoeding kan bijdragen aan het verbeteren van de wereld. 'Theo Cappon en Helma Brouwers vroegen hem welke veranderingen er volgens hem in de opvoeding moeten plaatsvinden en wat ervoor nodig is om dat wereld-verbeterende opvoedingsklimaat te realiseren. De Winter vertelt hoe belangrijk het is dat kinderen ervaren dat het niet alleen om hun belang draait, maar dat ze leren onderdeel te zijn van een gemeenschap, waar het om gemeenschappelijke belangen gaat. De Winter pleit ervoor om niet alleen aandacht te schenken aan rechten van kinderen, maar ook aan plichten van kinderen. Opvoeders moeten volgens hem het lef hebben conflicten met kinderen aan te gaan. Ouders en scholen moeten niet zozeer kindvriendelijk of klantvriendelijk willen zijn, maar gewoon weer durven opvoeden, aldus De Winter.

Stijn Sieckelinck laat ons kennis maken met Jeffry, die bijna zijn hele jonge leven in jeugddetentie heeft doorgebracht. Hij werd uitgebreid gediagnosticeerd en kreeg allerlei labels, maar, zo schrijft Sieckelinck, voor zijn groei en ontwikkeling was nauwelijks aandacht. Professionals boden hem niet de ondersteuning en het bondgenootschap dat hij op die jonge leeftijd zo nodig had. Jeffrys verhaal is een pleidooi voor meer ethiek en minder psychologie in de hulpverlening. Voor Sieckelinck is het verhaal van Korczak en zijn kinderen een belangrijke inspiratiebron om op indringende wijze op te roepen tot verbetering van de jeugdhulpverlening.

We signaleren in dit jaarboek niet alleen tekortkomingen. We willen ook laten zien hoe instanties en opvoeders, vanuit hun korczakiaanse visie, hoopvolle perspectieven aandragen voor begeleiding van jongeren in (zeer) problematische situaties. In verschillende bijdragen komen we begeleiders en opvoeders tegen, die vanuit een grote betrokkenheid bij kinderen, daadwerkelijk vorm geven aan hun verlangen naar een beter leven en dat verlangen ook aan kinderen weten over te dragen.

Fronnie Biesma van Stichting de Vrolijkheid zet zich in voor mensen in asielzoekerscentra. In 2010 kreeg deze stichting voor dit werk de Janusz Korczak prijs. De Vrolijkheid brengt kunst en creativiteit. “Schoonheid”, schrijft Biesma “in een omgeving waarin weinig schoonheid te bekennen valt.” In haar bijdrage reflecteert Biesma op dit werk en ze deelt met ons haar zorgen over het ‘strenge maar rechtvaardige’ asielbeleid dat echter in de praktijk de grenzen van de humaniteit soms ver overschrijdt.

Hoe wanhopig en uitzichtloos de situatie van asielzoekers in ons land ook moge zijn, die problemen verbleken welhaast bij alle kinderlijke ellende waarmee Meindert Schaap en zijn staf in het Amani kinderhuis in Tanzania te maken krijgen. Het Amani kindertehuis wil voor kinderen, die door allerlei omstandigheden op straat leven, een veilige plek bieden waar ze altijd terecht kunnen, waar ze mogen zijn wie ze zijn, waar ze liefde ontvangen en waar ze steun ondervinden bij hun speurtocht naar een beter perspectief in hun leven. Bij dit moeilijke werk is Korczak voor Schaap een grote inspiratiebron, niet in de laatste plaats omdat het werk van Korczak in het Polen van zijn tijd zoveel overeenkomst vertoont met zijn werk voor Amani in Tanzania.

Aafke Vermeijden beschrijft hoe de Stichting Jeugdzorg St. Joseph (SJSJ) werkt met jongeren die in jeugddetentie zitten of die in de gesloten jeugdzorg zijn opgenomen; kinderen met vaak al een lange geschiedenis van verwaarlozing, geweld en mishandeling. Vermeijden vertelt hoe de SJSJ deze jongeren zorg én perspectief biedt, hoe ze gestimuleerd worden hun eigen krachten en talenten te ontdekken. In deze instelling luistert men naar kinderen en ze leren er verantwoordelijkheden te nemen, mee te denken en zich in te zetten voor anderen.

Hoe kun je voorkomen dat kinderen en jongeren de fout ingaan? In Amsterdam namen Burgemeester en Wethouders het initiatief om kwetsbare kinderen en gezinnen preventief ondersteuning te bieden, Theo Cappon en Helma Brouwers spreken met twee medewerkers van dit Preventief Interventie Team (PIT). We lezen hoe medewerkers van het PIT alles in het werk stellen om voor kinderen uit kwetsbare gezinnen de best mogelijke kansen te bieden. Plet PIT vervult een coördinerende functies naar alle instanties die met het gezin te maken hebben en organiseert als dat nodig is aanvullende hulpverlening. Het gesprek met deze medewerkers biedt een goed inzicht in die complexe werkelijkheid rond risicobuurten en risicogezinnen. Ten slotte komen in deze bundel de kinderen zelf aan het woord. We vroegen kinderen van groep acht van basisschool De Vuurvogel of ze een samenleving willen schetsen zoals zij die graag zien; een land waarin zij zouden willen wonen. Deze twaalfjarigen blijken heel duidelijk vorm te kunnen geven aan hun verlangen naar een rechtvaardigere, humanere samenleving.

We hopen dat alle inspirerende initiatieven, alle adviezen en voorstellen uit deze bundel ieders verlangen naar een rechtvaardigere wereld voor kinderen en jongeren aan zal wakkeren.